Vroeger was alles beter. Tenminste dat denken veel mensen in een bui van nostalgie. Of dat echt zo is maakt niet zoveel uit. Het is wel de moeite waard om van dat verleden goede ideeën over te houden. Eén daarvan is de ouderwetse 1% regeling. Elk bouwproject van de overheid kende deze regeling; 1% van de bouwkosten voor kunst.
Hoewel ik houd van kunst gaat het mij nu om iets anders. Waarom geen 1% voor…. Ja waarvoor? Voor de aansluiting bedrijfsleven en onderwijs. De wil om op dat gebied tot verbetering te komen is er, maar vaak is het een kwestie van organiseren. De stichting Engineering in Groningen b.v. probeert techniek te promoten met het oog op het gebrek aan goed opgeleid technisch personeel.
Hoewel dat nu even minder acuut is, komt dat op termijn keihard terug. Maar ja, wie betaalt dat? De bedrijven?Ja, alleen is de polsstok daar nu even kort. De scholen? Ja, maar investeringen in de allernieuwste apparatuur zijn niet zo eenvoudig. En zo kan ik nog wel even door gaan. Organiseren kost geld, maar zie het als een diepte-investering. En dus kom je al snel bij overheden uit.
Laat die nu net veel geld hebben. Ruim twee miljard in het kader van de Zuiderzeelijn, reken maar uit wat 1% betekent. En als dat teveel is, kijk dan eens in het economisch compensatiepakket van die middelen, bijna 300 miljoen. Als je echt in economie wilt investeren dan verbaast het mij dat er voor dit probleem met gegarandeerd rendement nauwelijks aandacht lijkt te zijn. Het is zo eenvoudig, maar wie organiseert dit?
Siem Jansen,
Directeur N.V. NOM




Overheden hebben geld maar kunnen niet organiseren. Laat staan uitvoeren als het gaat om het gat tussen arbeidsmarkt en onderwijs te verkleinen. Onderwijs is zelf niet georganiseerd en bij lange na niet in staat antwoord te geven of zelfs maar te communiceren met bedrijven om zaken op elkaar af te stemmen. Ik spreek uit 22 jaar ervaring.
Toch is er in Groningen een poging gedaan via het Ondernemerstrefpunt. Als het gaat om individuele matching tussen bedrijven en onderwijs -hoewel er een aantal scholen niet eens aan mee doen- zijn er hier successen behaald.
Hier kun je op verder borduren. Voor het overige kun je ondernemers financieel stimuleren en bijvoorbeeld investeren in stageplekken. Op deze wijze investeer je in de vraag en laat je de bedrijven zelf de regie in handen nemen.
In scholen investeren is investeren in aanbod. Aanbod dat sowieso altijd achter loopt bij de werkelijkheid. Achter de feiten aanlopen dus een slechte investering. Stagiairs van Conjunct Marketing leren het vak bij mij. Dat is nu zo, dat was in de vorige eeuw het geval. Zo gaat het al meer dan 3000 jaar als het gaat om het beheersen van een vak (lees: vakmanschap). En als het gaat om ROC’s, is dit ook de enige manier. Iemand die andere ervaringen heeft moet zeker reageren!
Scholen in het algemeen pogen te laten aansluiten bij het bedrijfsleven is de verkeerde route. De overheid kan zeker zaken initieren en financieel stimuleren.
Maar de overheid zelf kan niet als een Gerard Kemkers het onderwijs de weg wijzen richting het bedrijfsleven. Dit kan alleen het bedrijfsleven zelf. De ondernemer moet zelf dealen met de mogelijkheden van het onderwijs en die uitdaging continue oppakken. Dus bij het bedrijfsleven ligt de bal zeker ook.
Scholen die klantgericht werken leveren productieve en inzetbare mensen waar het bedrijfsleven wat mee kan. Wij, het bedrijfsleven, zijn de klant! Onze mogelijkheden om scholen hier in te sturen zijn ietwat beperkt helaas.
Het probleem met het onderwijs is dan ook niet het gat tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Het probleem is het gat tussen de besturen van de scholen en de werkelijkheid.
Conclusie:
-niet investeren in aanbod, investeren in vraag dus in de ondernemer die zijn nek uitsteekt voor betere aansluiting
-Ondernemerstrefpunt Groningen
Goed thema. Maar ik twijfel over de voorgestelde aanpak.
Op HBO en universitair niveau geldt dat met de keuze voor een technische studie een student kiest voor een studie die lang en moeilijk is, en die toeleidt naar banen met een slechter carrière-perspectief en een lager salaris. De enige manier om als technicus in een bedrijf echt verder te komen is om na een tijdje de techniek te verlaten en een management- of commerciële functie te gaan bekleden. Leerlingen en studenten zien dit ook. Zolang dit de situatie is, helpt daar geen promotie-campagne tegen! Overigens is op MBO de (salaris-)situatie gunstiger.
Niettemin wordt de arbeidsmarkt wel krapper, voor alle beroepen, ook voor de techniek. Vraag is dan wat je moet doen. Tot nu toe gaat bijna alle aandacht uit naar de instroomkant. Met projecten die leerlingen van basisschool, middelbare school en beroepsonderwijs enthousiast voor de techniek moeten maken. Voor zover ik kan overzien is het rendement van deze projecten laag. Soms is er wel een kleine toename in de instroom te zien. Uiteraard moet je wel door blijven gaan met het promoten van de techniek, maar verwacht er geen wonderen van.
Wat mij veel verstandiger lijkt is het verminderen van tussentijdse uitval. Want die is enorm. Doe dus eerst ‘de achterdeur’ een beetje dicht voordat je ‘de voordeur’ nog verder open zet. Die uitval zit in het onderwijs zelf. Een interessante manier om die omlaag te krijgen zijn de Vakcolleges, die nieuwe aanpak van het (V)MBO. Maar ook andere oplossingen zijn denkbaar.
En daarna zit de uitval bij de keuze van een technische baan en bij het behoud van die technische baan. De helft van alle technici zit na een paar jaar niet meer in een technische baan. Ik zou eens goed uitzoeken waarom dit is – dus gesprekken met ex-technici en hun (voormalige) werkgevers. En vervolgens die uitstroom verminderen. Op basis van wat nu al bekend is, vraagt dat om aantrekkelijke salarissen en om carrièreperpectief voor technici. Dus: investeren in de ontwikkeling van mensen. Biedt technici de mogelijkheid om leuke projecten te doen, samen met andere bedrijven, biedt ze scholing aan om zich tot allround technici te ontwikkelen (en durf daarbij dus over de schutting van het eigen bedrijf en beroep te kijken). Dat kan op alle niveaus (van MBO tot universitair).
Ik zou alles bij elkaar dus gaan inzetten op
-ondersteuning van bedrijven bij het ontwikkelen van opleidings- en loopbaanbeleid van technici
- samenwerking tussen techische bedrijven onderling, waarbij technici de kans krijgen om een loopbaan in verschillende technische bedrijven te volgen;
- samenwerking bedrijven – onderwijs, waarbij alle partijen van elkaar leren: bedrijven van elkaar, en bedrijven en onderwijs van elkaar (in twee richtingen). Het onderwijs zou de kennistransfer binnen en tussen bedrijven kunnen faciliteren en ondersteunen. Denk ook aan het overdragen van kennis van uittredende ouderen (de pensioengolf komt) aan jongeren;
- daarbij horen dan ook investeringen, in mensen en in apparatuur. Het voorstel van de heer Jansen om daar ‘Zuiderzeegeld’ op in te zetten lijkt mij een uitstekend idee!
Zolang er meer geld naar Brussel gaat dan er weer terugkomt, is het allemaal appels met peren vergelijken.
Alle overheden zijn trouwens technisch failliet; wereldwijd.
Laten we dat eerst eens oplossen.